loader image

“VIP is het bankje voor mijn huis”

Júlia Campistany maakt van vergeten straathoeken een podium.

Een van de vier genomineerden voor de BNG Circusprijs 2026 is Júlia Campistany. In VIP – Very Important Places neemt ze je mee de straat op, om opnieuw te leren kijken naar de buurt waar je al jarenlang doorheen loopt.

 

Iedereen is VIP

“Ik moest altijd lachen om de term ‘very important person’,” vertelt circusmaker Júlia Campistany. “Wie is er nou een VIP? Voor mij is dat iedereen die op dit moment belangrijk voor me is. Iedereen is VIP.” Met VIP – Very Important Places verzamelt ze precies dat: heel belangrijke mensen, die ze meeneemt naar heel belangrijke plekken. Alleen zijn die plekken geen monumenten of pleinen op ansichtkaarten, maar de vergeten hoeken buiten het centrum. “VIP is het bankje voor mijn huis, waar ik met mijn oma zit te praten. Dat is de belangrijkste plek van de stad.”

VIP is een collectieve wandeling van een uur door de openbare ruimte, met koptelefoons, live muziek en circus. Een groep van zo’n zeventig mensen trekt door de periferie van de stad, langs doodnormale bushaltes, straathoeken en parkeerplaatsen. Onderweg ontdekken ze circus in het alledaagse: een acrobatische ontmoeting op een omafiets, of een tragikomische ruzie in een auto verderop die je via de koptelefoon meekrijgt.

 

Het buitengewone uit het gewone halen

De inzet is eenvoudig en radicaal tegelijk: opnieuw ontdekken wat je al kent. “Je kent je omgeving zo goed dat je er niet meer naar kijkt,” zegt Campistany. “Maar elke straathoek kan de meest interessante zijn. Wat een stad uniek maakt, is niet de stad zelf – het gaat om wat er gebeurt en de mensen die er wonen.” Het interessante zit vaak in kleine dingen: een sticker die iemand achterliet, of wat zich afspeelt bij een bushalte. “Dat zijn de kleine parels om te ontdekken,” merkt ze op. Met haar circusblik haalt ze het buitengewone uit die gewone plekken.

Zo zorgt Campistany er ook voor dat VIP meer is dan alleen een wandeling, dat het echt circus is. Drie van de makers zijn circusartiesten, die hun vak in dienst van de plek zetten en voortdurend zoeken naar de kansen die de stedelijke omgeving biedt: “Ik ben trapeze-artiest, dus ik gebruik de openbare ruimte als plek om mezelf op te hangen.” Musicus Yorgos speelt geen gewone muziek, maar muziek in beweging: onderbroken, aangestoten, terwijl hij fietst en er iemand op hem klimt.

 

Een duwtje in de juiste richting

Met VIP wil Campistany de openbare ruimte heroveren als een plek voor iedereen — iets wat we volgens haar stukje bij beetje verliezen. Vroeger sprak je elkaar op een bankje of dronk je

buiten een koffie; dat lijkt te verdwijnen. Tegenwoordig komen mensen vooral nog buiten samen als er iets is georganiseerd. Daarom wil Campistany mensen op een informele manier uitnodigen om naar buiten te gaan: “Ik hoop dat ze er verliefd op worden en daarna zelf het initiatief nemen.”

De winst van naar buiten gaan is volgens haar eindeloos: je beweegt, je komt nieuwe mensen tegen, je leert je buurt kennen, je laat je telefoon even los. “Mensen op straat kijken vaak naar hun telefoon, in plaats van vooruit. Mijn wens is om die blik een beetje op te tillen.”

 

Zorgen voor de openbare ruimte

Maar de openbare ruimte brengt ook verantwoordelijkheid mee. “In de openbare ruimte delen we alles; het is van iedereen,” zegt Campistany. “Dus het gaat er ook om dat je bepaalde grenzen niet overschrijdt en dingen niet misbruikt.” Daarom gebruikt het gezelschap eigen materialen die verdacht veel op publiek eigendom lijken. “Als onze eigen paal breekt, is dat onze paal, maar als er iets van de openbare ruimte kapot gaat, is dat niet oké.” Je kunt niet alleen de mooie dingen hebben: “Het is ook onze verantwoordelijkheid om er zorg voor te dragen.”

Die zorg zit ook in hoe het werk ontstaat. VIP is geen voorstelling die op de openbare ruimte wordt geplakt, maar iets dat daar juist uit moet groeien. Daarom traint het gezelschap buiten en spreekt het voorbijgangers aan: “Heeft u een minuutje? Kunt u deze paal vasthouden?” Het stuk past zich aan elke plek en elke stad aan. Dat is een kwetsbaar proces: “Als maker wil je klaar zijn voordat je iets laat zien. Maar dit stuk kan niet in een zaal geboren worden en dan naar buiten worden gebracht. Je stelt jezelf bloot. Maar tegelijkertijd gebeuren de mooiste dingen juist zo.”

 

Publiek of performer?

Bij VIP vervaagt ook de grens tussen publiek en performer. “Elke collectieve samenkomst, van barbecue tot demonstratie, wordt een soort voorstelling voor wie er geen deel van uitmaakt.” Dus loopt er een groep van vijftig mensen door de straat, dan wordt die groep zélf een performance voor iedereen die niet meeloopt.

Daarom moet een voorstelling in de openbare ruimte menselijk zijn. Dat bereikt Campistany met humor, een rode draad door al haar werk: “Met humor kun je juist heel gevoelige onderwerpen aanraken en echt bij mensen binnenkomen”. Het is die speelse, gelijkwaardige toon die de wandelaars van toeschouwers tot medespelers maakt.